In deze categorie verzamelen wij nieuwsberichten, uit bijvoorbeeld dagbladen, welke relavant kunnen zijn voor het toerisme in Woudsend en Súdwest-Fryslân.

Midden in de Midstrjitte, in een rijksmonument uit 1749, vindt u het kleine, maar sfeervolle Tee Húske. U kunt hier terecht voor koffiebonen, thee en kruidenmelanges. En de thee mag geproefd worden! Daarnaast voert Tee Húske een heerlijk assortiment (biologische) chocolade.

touristinfo woudsend theehuske 01
Foto: Goossens (Touristinfo Woudsend)

Op 22 april 2017 is deze nieuwe winkel geopend in het dorp!

Adres: Midstrjitte 73 Woudsend.
Openingstijden: vrijdag en zaterdag van 12:00 tot 18:00 uur. Tijdens schoolvakanties woensdag t/m zaterdag. En verder als de theepot buitenhangt!

touristinfo woudsend theehuske 02
Foto: Goossens (Touristinfo Woudsend)

Bron: Niewe Oogst
Link: https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2017/04/11/mondriaan-in-grasland-enthousiasmeert-boer 
Datum: 11-04-2017

Melkveehouder Jacob van der Wal en loonwerker Arjen Rijpma hielpen mee bij de totstandkoming van land-artproject Linen in Lân (lijnen in het land) van beeldend kunstenaar Gerrit Terpstra en galeriehoudster Yolanda van Dongen.

mondriaan in grasland

Het resultaat: een Mondriaan in een perceel grasland bij het Friese Woudsend.
Van der Wal en Rijpma zetten samen met anderen de lijnen uit, groeven sloten en zaaiden het gras in. Het project, een initiatief van Van Dongen, werd zaterdag geopend door voormalig Oerol-baas Joop Mulder. Het trok zo'n tweehonderd mensen naar Indijk.

Het lijnenpatroon is een knipoog naar de tijd van voor de ruilverkavelingen, aan de slotenpatronen van Friesland, geeft de eigenaar van galerie Heechsicht Van Dongen aan. 'Het project is geïnspireerd door de kleuren van het onvoltooide schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. Met het schilderij wil ik een ode brengen aan de kunstenaarsbeweging De Stijl die dit jaar honderd jaar bestaat. Mondriaan was lid van De Stijl '

Zaaien

Melkveehouder Jacob van der Wal en loonwerker Arjen Rijpma zijn intensief bij het project betrokken. 'Ik word steeds enthousiaster. Toen Van Dongen mij voor het project vroeg, moest het wel even landen', geeft Van der Wal aan. 'Wie was Mondriaan? Graven in mijn eigen land heb ik liever niet, maar dit is fantastisch. Het stuk land hoort bij de galerie. Het kunstwerk is een levend schilderij. Het geeft de geschiedenis van het landschap weer.'

Het bewerken van de grond viel nog niet mee vanwege de knipklei, stelt de melkveehouder. 'We hebben er extra aarde aan moeten toevoegen. Buurtkinderen hebben geholpen met het zaaien.'

Driehoeken en vierkanten

Loonwerker Arjen Rijpma in Woudsend groef de smalle slootjes uit en gaf daarmee vorm aan de driehoeken en vierkanten binnen het vierkant van 36 bij 36 meter.

'Het is erg mooi geslaagd. We hebben naast rode klaver meer dan vijf soorten gras ingezaaid, onder andere een gazonmengsel, Italiaans raaigras, siergrassen, en bg 3. Door het straks te maaien worden de verschillende kleuren zichtbaar. We hopen op een buitje regen. Anders wordt het wel heel droog', legt Rijpma uit.

Oude scheepsluiken die eerder werden gebruikt als damwanden vormen de bruggetjes tussen de perceeltjes gras. Van Dongen schilderde ze zodat het kunstwerk net als de schilderij van Mondriaan een kleurrijk geheel wordt.

Landschapskunst

Het kunstproject blijft twee jaar in het landschap liggen. Van Dongen refereert met het kunstwerk 'absoluut niet' aan de discussie over landschapspijn, over de afname van biodiversiteit in het landschap, beklemtoont ze. 'Ik was helemaal niet van die discussie op de hoogte. Het gaat om landschapskunst.'

Haar man Enno Romkema maakte met de drone foto's en films van het project.

MID 83 verkoopt Italiaanse delicatessen zoals olijfolie, balsamico azijn, olijven, antipasti, tapenade, pasta, toast en dragees (chocolade ballen met likeur). Speciale wensen? Carla en Paul helpen u graag!

touristinfo woudsend mid83 01
Foto: Goossens (Touristinfo Woudsend)

touristinfo woudsend mid83 02
Foto: Goossens (Touristinfo Woudsend)

Op 6 april 2017 is deze nieuwe winkel geopend in het dorp!

Adres: Midstrjitte 83 Woudsend
Telefoon: 06-46842912
Kijk voor meer informatie op: www.mid83.nl
Openingstijden: do, vrij en zaterdag van 13:00-17:00 uur.

MID83 delicatessen

Bron: Reformatorisch Dagblad
Link: http://www.rd.nl/meer-rd/consument/ook-in-de-winter-is-het-goed-kamperen-1.1363890 
Datum: 3 januari 2017

Vakantie, dus tijd om de camping op te zoeken. Pardon, kamperen? Inderdaad, steeds meer kampeerders gaan ook in de winter op pad met de tent of kruipen gezellig in hun caravan.

Bij aquacamping De Rakken in het Friese Woudsend staat het kampeerterrein deze wintermaanden nog vol met caravans. Vroeger moest het hele terrein leeg zijn. Vaste gasten die hun caravan in Woudsend wilden laten staan, lieten hem verslepen.

Maar sinds een jaar of vijf kunnen de caravans ook op hun plekje blijven staan. Dat scheelt veel werk. En wie een paar honderd euro neertelt, is bovendien het hele winterseizoen welkom.

Voor de camping is winterkamperen een mooie gelegenheid om het seizoen te verlengen. „Uitbreiden kunnen we hier niet meer; maar op deze manier kunnen we wel meer omzet genereren”, zegt beheerder Otto Spoelstra.

Dubbelwandig zeil

De kampeerspullen van tegenwoordig zijn er uitstekend voor geschikt. Moderne caravans zijn geïsoleerd en in de winkels liggen ook voortenten met dubbel­wandig zeil en dikke aluminium profielen.

„Ze heten mobiele caravans, maar ze lijken meer op een chalet”, aldus Spoelstra. Ook zijn er sites om de beginnende kampeerder voor te bereiden op een winterkampeervakantie.

De Rakken zag zijn kansen groeien door het seizoen te verlengen. „Wij zijn er immers zelf ook, dan kunnen we net zo goed gasten ontvangen.”

De camping en de bijbehorende jachthaven zijn eigendom van de gemeente, die ook toestemming heeft gegeven voor het winterkamperen. De faciliteiten worden geëxploiteerd door een stichting. „We hebben hier de basis­faciliteiten. De mensen moeten naar het dorp als ze uit eten willen of voor de boodschappen.”

Luwte

Dit seizoen zijn er 33 winter­kampeerders. Ze zijn er uiteraard niet altijd, maar als het een mooi en zonnig weekeinde is, komen ze weer aanrijden. Nu is het koud en druilerig en heeft De Rakken maar één gast: Henk Jan Boll uit Dieren.

Beheerder Otto Spoelstra gaat even bij hem op bezoek. Boll heeft een mooie plek aan het water. Een beetje in de luwte. Uitzicht op terrein van Staatsbosbeheer. „In het zonnetje zit je hier heerlijk.”

Spoelstra klopt op de caravan. Geen gehoor. De glazen van gisteravond staan nog op het tafeltje, maar de eigenaar laat zich niet zien.

Boll is even de hort op, maar telefonisch vertelt hij graag over zijn winterkampeeravontuur. Dit is zijn eerste seizoen op de camping. Hij heeft er speciaal een Finse caravan voor aangeschaft: goed geïsoleerd en met vloer­verwarming. Volgens de fabrikant is het er zelfs bij min 40 graden nog behaaglijk.

Hij is er regelmatig. „Ik zit in de acquisitie in het noorden en dan is het handig om de caravan te hebben als uitvalsbasis. Maar ik ben er ook wel in het weekeinde, met mijn partner. Die vindt het hier ook heerlijk.”

Vaak gaan ze het Hegemermeer op om te varen. Waarom zou je de geneugten van de watersport alleen voor de zomer bewaren? „We zijn echte buitenmensen en houden van rust.”

Geen stromend water

Een klein nadeel van het winterkamperen is het ontbreken van stromend water. Vanwege het risico dat de leidingen stukvriezen, wordt die voorziening afgesloten.

Boll moet zijn dagelijkse voorraad halen uit het sanitair­gebouw, waarvan hij een sleutel heeft. Daar kan hij ook terecht om te douchen. „Stromend water in de caravan is natuurlijk fijn, maar niet per se noodzakelijk.”

Dat vinden Henk en Anneke Beers uit Venlo ook. „Vanaf februari, maart tot en met september, oktober zitten we eigenlijk permanent op de camping. We gaan alleen naar huis als we iets moeten regelen”, melden ze telefonisch. „Onze dochter woont in Friesland en dan zien we onze kleindochter ook nog eens.”

Bootje in jachthaven

De Venloërs komen al twaalf jaar op de camping en sinds het mogelijk is, zijn ze er ook in de winter. „We zijn al over de zeventig, maar we hopen dit nog jaren te kunnen doen.”

Ze hebben een bootje in de jachthaven. „Er is nog heel veel te zien hier. Ook wandelen we graag.” Koud hebben de inwoners van Venlo het nooit. Ze halen gemakkelijk de 22 graden in hun luxe caravan. Per winterseizoen gaan er gemiddeld zo’n acht gasflessen doorheen. „Eerst hadden we ook een elektrisch kacheltje, maar dit is voordeliger.”

Kamperen in koude maanden

Winterkamperen is geen uitvinding van camping De Rakken in het Friese Woudsend. Er zijn meer terreinen die ’s winters kampeerders toe­laten.

Zo heeft Staatsbosbeheer dit seizoen drie natuurterreinen open in de winter. Vorig jaar kampeerden er 70 procent meer kampeerders dan in het jaar ervoor. Zo zijn er honderd winter­kampeerders neergestreken op natuurcamping De Vlagberg in het Brabantse Sint Anthonis, meldde Omroep Brabant. Vijf jaar geleden spotte dezelfde omroep op dezelfde camping nog maar één stel.

Boswachter Frank van Kalleveen denkt dat winterkamperen steeds populairder wordt. „Volgens mij is er sprake van een landelijke trend. Er zijn in Nederland 23 campings die in de winter open zijn, en daar wordt goed gebruik van gemaakt. Winterkamperen neemt een hoge vlucht.

Van Kalleveen is zelf ook winter­kampeerder. „De natuur beleef je veel intenser in de winter.”

Bron: The Boston Globe, by Diane Daniel Globe Correspondent
Link: https://www.bostonglobe.com/lifestyle/travel/2016/11/17/biking-netherlands/hpFlbNiEMJnrQteyRnPnUM/story.html
Datum: 18 november 2016

the boston globe

LEEUWARDEN, The Netherlands — The brilliant green fields sprinkled with black-and-white spotted cows along the highway leading to the capital of Friesland were not unexpected. This was, after all, the most northern province of the Netherlands, famous for its Frisian cattle and pastoral perspectives.

But what was that giant bathtub-looking thing straddling the roadway?

That, my wife, Selina, explained, pointing out the tops of boats I’d missed bobbing atop it, was an aqueduct. The province’s 11 viaducts carry waterways over roadways to enable boat traffic to sail through without stopping for drawbridges — though there are still plenty of those around, too. While it’s common knowledge that bicycles outnumber people in the Netherlands, here in Friesland, with almost as much water as dry land, anything that floats probably runs a close second.

“To me, Friesland is known for doing whatever it takes to facilitate boat traffic,” said Selina, raised in a bordering land-locked province. “Everything else comes after that.”

By the end of our five-day bicycle tour, I saw her point. We had stopped at more open drawbridges than traffic lights and had logged a good number of extra miles simply to get from one side of a waterway to the other, be it by bridge, a bike path under an aqueduct, or by ferry. But that was OK with us. By plotting a leisurely route, we had plenty of time to soak up the sights in cities, towns, fishing villages, and along the countryside.

We followed a 150-mile loop bicycle route called the Elfstedenroute, or 11-Cities Route, inspired by the Elfstedentocht, a historic ice-skating race. The skating tour became official in 1890 and follows canals and other shallow waterways. It’s held over one day any year the water freezes solidly enough — which isn’t often. The last Elfstedentocht occurred in 1997, but the Dutch remain ever hopeful.

Meanwhile, the 11-city premise grew to include cycling, in-line skating, driving and, of course, boating. Several people we encountered boasted about doing the organized Fietselfstedentocht, a spring event where some 15,000 of cyclists ride the course in one grueling day. Not to make excuses, but we were certainly not alone in our lollygagging. These days, many bicycle travel outfitters lead multiple-day rides along the route or offer self-guided options, supplying bikes, maps, luggage transportation, and lodging. Cycle path surfaces vary from paved to gravel and dirt, sometimes on the road, other times through the woods and over pastures. One trail took us along a dike with sheep that did not grasp the concept of “share the road.” Small signs mark the entire route, but weren’t always easy to spot, and we lost the route a few times.

Because Selina and I live in the Netherlands, it was easy for us to bring our own bikes and stash the car. We also took the opportunity to try out Vrienden op de Fiets, or Friends on Bikes, a sort of budget-minded nonprofit Airbnb for human-powered travelers, whether biking, skating, hiking or rowing. Anyone can be a member (the website includes English) and lodging costs about $22 a person a night to stay in someone’s home, with breakfast. While our accommodations varied in type and location, rooms were always clean and breakfasts were filling. Most interactions with hosts felt less like cultural exchanges than friendly business transactions, but the experience might be different for international travelers.

Though riders can pick up the Elfstedentocht anywhere along the route, it officially begins and ends in Leeuwarden, a city of about 96,000, known for its canals, historic center, and culture, which will be most prominently on display in 2018, when Leeuwarden and the entire province takes a turn as a European Cultural Capital.

Leeuwarden’s most impressive artistic stop is the Fries Museum, first opened in 1880 and since 2013 housed in a striking contemporary building on one of the main squares. It includes contemporary and earlier art, along with historical displays, such as one on hometown girl Mata Hari, convicted of spying for the Germans in World War I and executed in France in 1917.

As you walk from level to level, you can practice the province’s two languages, thanks to the stairwell wall covered with words in both Dutch and Frisian, the province’s official language and one of two recognized languages in the Netherlands. While Dutch is more commonly seen and spoken, many signs in Friesland are shown in both languages, and some parts of the region cling tightly to their own tongue. Frisian pride also is evident in its blue and white flag dotted with what look like red hearts but are meant to signify the leaves of water lilies.

Our first day of cycling, to the small watery city of Sneek, included typical Frisian weather: a little sun mixed with clouds and rain, topped with 20 mph winds — the so-called “Dutch hills.” During our visit in early August, shifting winds throughout the week taunted us with more headwinds than tailwinds, and the skies remained mostly gray.

The other “hills” we encountered throughout the flat province were “terpen,” artificial mounds built to protect residents from flooding before dikes were first constructed here in the 11th century. Some villages’ elevation changes are nearly imperceptible, while tiny Hogebeintum sits atop the Netherlands’ highest terp, measuring 29 feet tall.

My personal Dutch guide clued me in about the fields in the middle of nowhere planted with lights on tall poles — they’re flooded in the winter for ice skating. Selina spied another kind of field as well, those designed for playing kaatsen, a traditional Frisian game related to American handball. We were hoping to encounter yet another Frisian sport — fierljeppen — a bit like pole vaulting, but over water-filled ditches. No such luck, but we saw signs for upcoming fierljeppen competitions.

Other Frisian traditions were in high season, including races on skutsjes, the traditional Frisian flat-bottom sailing vessels, first used in the 1800s to transport peat. While we didn’t make it to any of the competitions, every day we saw plenty of people boating and sailing, many gliding near us while we cycled along bike paths a few feet away.

My favorite stops were the towns of fewer than 1,000 people, including Sloten, whose highlights are a drawbridge and windmill; and Stavoren, a historical fishing village on the massive IJsselmeer, or Lake Ijssel. Before reaching town, we watched more than 100 kite surfers compete for space in a curve of the lake.

In canal-lined Hindeloopen, a former fishing village turned adorable tourist town, we visited the Bootsma family business. There, family members paint swirly decorations on furniture in a local tradition similar to early American furniture, serve Dutch pancakes (a bit like pizza) in their restaurant, and operate the must-see Schaatsmuseum, or Skating Museum, a cheery, cluttered compendium of all things ice skating.

Other quirky museum stops included the Jopie Huisman Museum in Workum, which celebrates the native son and national hero, whose 20th-century paintings depict local life; and the Eise Eisinga Planetarium, housed in a canal-side house in Franeker. Eisinga’s former living room ceiling holds the world’s oldest functioning planetarium – an accurately moving clockwork model of the solar system he built between 1774 and 1781.

Our final day of cycling, from Dokkum back to Leeuwarden along a barge canal flanked by graceful reeds, might have topped them all for scenery had the wind and rain not clouded the view and our moods. We pushed through, and headed straight to the café at the Fries Museum to dry off, warm up, and fortify with “suikerbrood,” a standard Frisian sweet akin to a cinnamon bun.

Driving south along a four-lane highway on our way home a few hours later, I couldn’t believe the cause of the holdup we encountered – a drawbridge was up. A drawbridge on a high-speed roadway? Selina told me that an aqueduct is on the region’s wish list, but more funding was needed. Until then, the cars would just have to wait.

Bron: Bolswards Nieuwsblad
Link: http://www.bolswardsnieuwsblad.nl/nieuws/48872/opnieuw-stijging-toerisme-sudwest-fryslan
Datum: 4 november 2016

SNEEK – Het aantal watertoeristen in Súdwest-Fryslân is dit jaar opnieuw omhoog gegaan. Dit leidt de gemeente af aan het aantal brugdoorvaarten. Dit jaar voeren tot en met september 357.496 vaartuigen door de bruggen, tegen 320.706 in dezelfde periode vorig jaar. Dit een toename van ruim 11 procent.

opnieuw stijging toerisme

Mooie nazomer

Het toeristisch seizoen kwam langzaam op gang door het koude voorseizoen, maar de zomer en vooral de mooie nazomer maakten de aarzelende start ruimschoots goed. Dit zijn althans de bevindingen van de VVV Súdwest-Fryslân en een aantal campings en jachthavens in de gemeente.

De brug van Woudsend

De tellingen bij bruggen en sluizen laten gemeentebreed hetzelfde zien: overal passeerden meer boten. De vaarroute van Sneek naar Woudsend, via IJlst en Osingahuizen, trok dit seizoen zelfs ruim 17 procent meer vaartuigen. De brug in Woudsend – een belangrijke vaarverbinding tussen de Hegemer Mar en de Sleattemer Mar – boekte met 41.877 vaartuigen de meeste passages.

‘In de lift’

“Het is positief nieuws voor de recreatiesector dat er meer bezoekers en vaarbewegingen zijn”, zegt wethouder Maarten Offinga. “Het lijkt er op dat het toerisme weer in de lift zit.” Hij doelt onder andere op een flinke groei – 17 procent – van het aantal bezoekers van de HISWA te water, de jaarlijkse bootshow in Amsterdam. “Mensen zijn weer op zoek naar een boot en willen in ‘ús moaie Fryslân’ vakantie vieren.”

Samenwerking

In de afgelopen jaren hebben de gemeente en de provincie meer dan 15 miljoen euro in het toerisme geïnvesteerd, onder andere in het kader van het Friese Merenproject. “De toeristische voorzieningen, noem het de ‘hardware’, zijn op orde”, stelt Offinga dan ook. “Nu is het de uitdaging om de ‘software’, het verleiden van de toerist, goed te organiseren.” Samenwerking op provinciaal niveau is daarbij het sleutelwoord, meent hij. “Want als de toerist naar Fryslân komt, is onze gemeente ook in beeld. Er valt hier veel te beleven, zeker als het om waterrecreatie gaat.”

Nieuwe toeristische trends

Maar Súdwest-Fryslân is ook bij andere doelgroepen in trek. Zo waren er dit seizoen flink meer mensen in de gemeente op fietsvakantie. Ondernemers en de nieuwe regionale toeristische organisatie maken in toenemende mate arrangementen voor de sportieve en dynamische toerist. Offinga: “Wij willen als gemeente ‘útnûgjend’ zijn. Maar de ondernemers in de sector zijn de echte ambassadeurs en doen geweldig werk. Zij verdienen een compliment!”

In het Duitse weekblad Stern staat in editie 30 (21-07-2016) een artikel over watersport in Fryslân, met daarbij als hoofdfoto een mooie opname van Woudsend gezien vanaf de brug. Het artikel begint met het verhaal van brugwachter Jan Zijsling, hij vertelt dat de brug in Woudsend in het hoogseizoen gemiddeld 80 keer per dag open gaat en dat er dan 800 boten doorvaren. Een mooi artikel over een bijzonder gebied.

stern logo

Klik op de foto's om het artikel uit te vergroten.

ster woudsend 1a

ster woudsend 1b

Woensdag 27 juli 2016 zal om 14:00 uur de wethouder van de Gemeente Súdwest-Fryslân de nieuwe passantenhaven openen, het betreft de afronding van de eerste fase van het project.
De bouwhekwerken blijven na de opening deels aanwezig, de bestrating en de inrichting van de omgeving zijn nog niet gerealiseerd.
Tijdens de zomervakantie kunt u als passant overdag gratis aanleggen met uw boot.
In september wordt er verder gegaan met het realiseren van de tweede fase van de passantenhaven in Woudsend, het project is aan het einde van het jaar geheel afgerond.

passantenhaven woudsend 24 07 2016 03

passantenhaven woudsend 22 07 2016 01

passantenhaven woudsend 22 07 2016 02